OPSTERLAND – Het is de Week tegen Eenzaamheid. Overal in het land worden activiteiten georganiseerd om mensen bij elkaar te brengen in de strijd tegen die stille momenten op een dag. Meer dan 60% van de 85-plussers voelt zich dagelijks eenzaam. Ook bij de 97-jarige Trienke Bus in Nij Beets zijn niet alle dagen even makkelijk. ‘Eenzaam? Ik moet er maar niet te veel aan denken. Ik vermaak me wel.’
Vanuit haar leren fauteuil in haar knusse tussenwoninkje begint Trienke haar verhaal. ‘Ik heb overal moeite mee maar ik probeer wel te genieten.’ Het is de olijke dame ten voeten uit. De oudste inwoonster van het veendorp redt zich nog prima zelfstandig. ‘Ik was en strijk nog zelf. Maar soms denk wel eens: ik zou nog wel een paar jaar in De Miente in Gorredijk willen wonen. Me eens even lekker laten verwennen,’ lacht ze. Maar helaas is ze hiervoor nog te goed.
Geen eigen huisje
Trienke woont sinds 1953 in Nij Beets. Een groot deel van haar leven heeft ze in dienst gesteld van de ander. ‘Mijn schoonmoeder heeft 42 bij ons gewoond en ik heb haar ook tot het eind toe verpleegd,’ begint ze in haar vaste leren fauteuil te vertellen. ‘Mjin man was stucadoor en ik was huisvrouw en huishoudster bij huisarts Mulder. Een eigen huisje is er eigenlijk nooit van gekomen.’ Ook haar man heeft ze in zijn laatste levensjaren liefdevol verzorgd.
Ellebogen op tafel
Was haar levenspartner enig kind, Trienke zelf komt uit een gezin van acht. ‘Maar we zijn nu nog maar z’n drieën. Ik ben de oudste. De andere twee zijn 90 en 88 jaar.’ Elke zondag komt Trienkes broer bij haar eten. Vaste prik. ‘Dan zitten we met de ellebogen op tafel, maak ik wat lekkers klaar en dan hebben we het gezellig samen. Ik krijg er wel wat meer moeite mee maar het lukt nog. Zondag maak ik noodles klaar. Hij houdt van noodles. Ik kook en hij dekt de tafel en ruimt hem weer af.’

Knuffel
Trienkes jongste zoon woont ook in Nij Beets. ‘Die komt twee keer per week even langs. Dan praten we even. Daar geniet ik van. Ik krijg altijd een knuffel als hij weggaat.’ De andere zoon woont in Julianadorp, Noord-Holland. Niet bepaald naast de deur. Trienke: ‘Hij heeft net een nieuwe woning en wil graag dat ik kom. Maar ik zie er gewoon tegenop. Ik ga ook niet graag weg en wil ook niet misbruik maken van de kinderen. Ze hebben hun eigen leven.’
Boodschappenservice
Na het broodje om half één doet Trienke eerst even een knipperke in haar stoel. Dan volgt de korte slag door het dorp. Vanachter haar rollator. Vorige week heeft ze nog haar knie verdraaid dus het gaat nu wat moeizamer. ‘Als ik wandel en het wordt wat te veel dan ga ik even op mijn rollator zitten. En dan stopt er altijd wel iemand voor een praatje,’ lacht ze. Ze is net nog even naar de dorpswinkel geweest voor wat ‘vergeetboodschapjes.’ Sinds kort brengt de winkel de boodschappen bij haar thuis. Wel zo makkelijk.
Hulp in de huishouding is er gelukkig ook. Eén keer per maand komt een werkster die vooral de ramen en de vloer boent. En de Thuiszorg helpt bij het douchen. ‘Ook heb ik een tuinman die de voortuin doet. ‘Vanaf het straatje kan ik nog wel het nodige zelf doen maar ik kan niet meer bukken.’

Soos
Verder heeft Trienke nog grote interesse in sport en politiek. ‘Er is geen competitievoetbal deze week he?’ En, om de twee weken is ze present bij de soos in het dorpshuis. ‘Dat zijn mooie middagen,’ zegt ze. ‘Ik loop er zelf heen. Er worden elke maand gezamenlijke maaltijden georganiseerd maar daar ga ik niet naar toe. Als ik iets eet met veel ui dan krijg ik last van diarree. Dat maakt me wat huiverig.’
Buurjongen
Ondanks haar hoge leeftijd leeft Trienke wel op van het contact met dorpsgenoten. In het bijzonder met haar buurjongen, die onder begeleiding woont. ‘Zo’n lieve jongen,’ zegt ze. ‘Hij maait altijd het randje gras voor me. En als ik iets nodig heb en roep, dan komt hij meteen. Hij zei laatst: ik ben trots op je.’ Ze knikt naar een antiek uurwerk aan de muur. Het tikt geduldig. ‘Niemand in de familie heeft belang bij mijn Friese klok. Hij vindt hem mooi dus ik heb gezegd: als ik er ooit uitstap dan is die klok voor jou.’
Toch laat Trienke zich ontvallen dat haar leven er wel zo’n beetje op zit. ‘Ik ben wel versleten,’ geeft ze toe. ‘Nieuwe kleren koop ik ook niet meer. Die gebruik ik toch niet op.’ Is ze ook eenzaam? ‘Nou, ik wil er niet te veel aan denken,’ bekent ze. ‘Er zijn dagen, dan hoor ik mijn eigen stem niet eens. Maar ik vermaak me wel hoor.’










