OPSTERLAND – Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland vieren dit jaar het tienjarig bestaan van hun OWO-samenwerking. Na tien jaar samenwerken is de conclusie van de drie burgemeesters duidelijk: juist door taken samen uit te voeren, kunnen de gemeenten zelfstandig blijven. De drie gemeenten gaan dus zeker niet op in één gemeente. ‘We willen niet fuseren,’ zegt de Opsterlandse Burgemeester Andrie Bouwman. ‘Want we willen dicht bij de burger blijven.’
Wandelend in het bos blikken de twee burgervaders en burgermoeder zowel terug als vooruit op een decennium van intensieve samenwerking. De drie gemeenten delen vooral kennis, deskundigheid en capaciteit en maken hun ambtelijke organisaties daarmee minder kwetsbaar. Tegelijkertijd houden de gemeenten hun eigen gemeenteraad, bestuur en identiteit. ‘Door deze samenwerking hoef je niet te fuseren,’ zegt burgemeester Jack Werkman van Ooststellingwerf. ‘Maar we hebben wél de slagkracht om dingen te kunnen doen die je anders misschien niet zou kunnen.’
Deskundigheid delen
Dat is volgens de drie burgemeesters de belangrijkste gedachte achter OWO. Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland zijn ieder zelfstandig, maar hoeven niet ieder afzonderlijk alle kennis en capaciteit in huis te hebben. Door samen te werken kunnen ze specialistische deskundigheid delen en medewerkers inzetten waar die het hardst nodig zijn.
Samen meer bereiken
Voor burgemeester Stieneke van der Graaf van Weststellingwerf is dat belangrijk omdat de drie gemeenten relatief groot zijn voor plattelandsgemeenten, maar tegelijkertijd geen enorme ambtelijke organisaties hebben. Ooststellingwerf en Opsterland horen zelfs bij de P10, de 34 grootste plattelandsgemeenten. ‘Als gemeenten staan we voor veel en uiteenlopende opgaven, zowel in stedelijk als landelijk gebied. Tegelijkertijd zijn onze organisaties niet groot. Juist daarom is samenwerking zo waardevol. Door kennis, ervaring en capaciteit te bundelen, kunnen we meer bereiken dan ieder voor zich.’
Bijzondere samenwerking
Volgens Werkman is OWO in Nederland een bijzondere vorm van samenwerking. ‘Wij hebben geen gemeenschappelijke regeling,’ zegt hij. De ambtelijke organisatie is verdeeld over de drie gemeenten: medewerkers werken voor OWO, maar staan op de loonlijst van een van de gemeenten. De samenwerking is daarmee niet zwaar juridisch dichtgetimmerd. Dat vraagt volgens burgemeester Andries Bouwman van Opsterland vooral om vertrouwen: ‘Dat is de basis.’

Meer capaciteit als het nodig is
De voordelen zijn soms heel praktisch zichtbaar. Werkman noemt als voorbeeld de handhaving. De drie gemeenten hebben gezamenlijk meer handhavers beschikbaar dan iedere gemeente afzonderlijk. Daardoor kan capaciteit tijdelijk worden verschoven. ‘We hebben samen bijvoorbeeld negen handhavers. Die kunnen best op één dag allemaal in Opsterland worden ingezet, als daar iets aan de hand is.’
Versterken in kennis en capaciteit
Door medewerkers gezamenlijk op te leiden, bouwen de gemeenten specialistische kennis op die binnen de drie organisaties kan worden gedeeld. Tegelijkertijd helpt de samenwerking om de dagelijkse werkzaamheden en bezetting goed te organiseren. ‘Zo versterken we elkaar zowel in kennis als in capaciteit,’ zegt Van der Graaf.
Dit soort voorbeelden laat volgens de burgemeesters zien wat OWO na tien jaar in de praktijk betekent: niet alles drie keer organiseren, maar gezamenlijk voldoende mensen en meer specialistische kennis beschikbaar hebben.
Geen fusie
Het betekent nadrukkelijk níet dat de drie gemeenten op weg zijn naar één gemeente. ‘We willen niet fuseren,’ zegt Bouwman. ‘Want we willen dicht bij de burger blijven.’
De afzonderlijke gemeenten houden daarom hun eigen colleges en gemeenteraden. Besluiten worden nog altijd door de eigen gemeentelijke bestuurders genomen. OWO is een manier om gemeentelijke uitvoeringstaken gezamenlijk op te pakken en samen te werken aan onderwerpen waarbij dat meerwaarde heeft. Een voorbeeld is de invoering van de Omgevingswet, waarvoor veel specialistische kennis nodig is.
Steeds meer taken
De samenwerking wordt de komende jaren wel steeds belangrijker, verwachten de drie burgemeesters. Gemeenten krijgen steeds meer taken en worden geconfronteerd met steeds ingewikkeldere wet- en regelgeving.
Werkman verwacht daarom dat het fundament onder OWO over tien jaar nog steviger is. Bouwman ziet vooral bij nieuwe landelijke opgaven een verandering in de manier van werken. ‘Ik denk dat je daar nu veel sneller met elkaar de check doet: kunnen we dit samen doen of gaan we het apart doen?’ Waar gemeenten vroeger misschien eerst keken of ze iets zelf konden doen, ligt het inmiddels meer voor de hand om eerst te bekijken of OWO een oplossing kan bieden.
Eigen identiteit blijft
Na tien jaar samenwerking blijft voor de burgemeesters één voorwaarde belangrijk: de gemeenten moeten herkenbaar blijven voor hun inwoners. Van der Graaf benadrukt dat samenwerking niet hetzelfde is als alles op dezelfde manier doen. ‘We hebben 26 dorpen, waarvan twee grotere en 24 kleinere. Ik heb met alle dorpen kennisgemaakt om te proeven: hoe zit het hier in elkaar, wat leeft er?’ Die lokale eigenheid moet en kan volgens haar behouden blijven. ‘We kunnen diensten heel goed gezamenlijk organiseren, maar tegelijkertijd door middel van communicatie en de manier waarop je het contact met inwoners vormgeeft herkenbaarheid behouden.’
Taal en teken
Want ondanks dat de drie gemeenten op de kaart op een rijtje liggen, hebben ze elk hun eigen cultuur. En zijn ze bijvoorbeeld ook heel verschillend qua taal. In Opsterland wordt veel Fries gesproken en in Weststellingwerf veel Stellingwerfs. In Ooststellingwerf verschilt het taalgebruik per dorp. Op het gebied van taal maken de gemeenten daarom ieder hun eigen keuzes. En dat is prima, vindt Jack Werkman. ‘Juist dat soort verschillen maakt dat je ook binnen het OWO-verband je eigen identiteit behoudt.’
OWO als stille kracht
Terugkijkend op de eerste tien jaar zijn de burgemeesters vooral positief over de nuchtere manier waarop de samenwerking is gegroeid. Het is geen samenwerking die voortdurend in de schijnwerpers hoeft te staan. Het gaat vooral om wat er achter de schermen beter door wordt.
De komende tien jaar zal de OWO volgens de drie burgemeesters waarschijnlijk verder intensiveren. Niet alleen in de uitvoering, maar ook op het gebied van beleid. Toch blijft het uitgangspunt hetzelfde als tien jaar geleden: drie zelfstandige gemeenten die door samenwerking sterker staan. Niet om uiteindelijk te fuseren, maar juist om ieder hun eigen gemeente te kunnen blijven.










