SMALLINGERLAND – In de zorg krijgen mensen vaak te maken met verschillende hulpverleners. Hierdoor kan het lang duren voordat iemand de juiste hulp krijgt. In Smallingerland loopt daarom een pilot waarbij verschillende hulpverleningsorganisaties samenwerken. Het doel is om mensen sneller de juiste hulp te geven en ervoor te zorgen dat ze niet allemaal versnipperd worden over verschillende hulpverleningsorganisaties.
Aan de pilot doen Accare, gemeente Smallingerland, Carins, Fier, Alliade, GGZ Friesland, Jeugdhulp Friesland, Regiecentrum Bescherming en Veiligheid (Jeugd- en Gezinsbescherming | Veilig Thuis Friesland), Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) en Zilveren Kruis mee.
Meer vertrouwen in de toekomst
De pilot is vooral gericht op cliënten die met meerdere hulpverleners te maken hebben. In plaats van dat verschillende organisaties los van elkaar werken, proberen de betrokken hulpverleners samen naar een situatie te kijken.
Volgens Dirk Jan Walma, WMO-consulent van Carins en Gezinshulp Smallingerland, zijn de eerste resultaten positief. ‘We zien al een mooie ontwikkeling. 52,4% geeft aan het helemaal mee eens te zijn met ik heb vertrouwen in de toekomst en 28,6% is het daar ook mee eens te zijn. Al met al heeft bijna 80% dus meer vertrouwen in de toekomst. Een jaar geleden was dit 66%. Deze cijfers zijn de algemene cijfers en niet alleen gericht op de pilot, maar we kunnen zeker stellen dat de pilot hierin heeft bijgedragen.’
Ook kan er door de samenwerking sneller hulp worden aangeboden. Richard Terra, systeemtherapeut van Alliade, is voor de pilot uitgeleend aan het project. ‘Het is mooi dat als mensen bijvoorbeeld besluiten dat ze relatietherapie nodig hebben, we die hulp ook binnen een week kunnen aanbieden door de pilot. De hulp wordt hierdoor aangeboden, wanneer de tijd juist is voor de persoon die de hulp nodig heeft. Daardoor is het effect ook groter.’
Verschillende organisaties werken samen
Het doel van de pilot is om ervoor te zorgen dat cliënten niet meer van de ene naar de andere hulpverlener worden gestuurd. Volgens Dirk Jan was dit een belangrijke reden om met de pilot te beginnen. ‘Cliënten gingen van de ene naar de andere zorgverlener en zijn uiteindelijk verder van huis dan waarvoor ze eigenlijk gekomen waren. Dat is al jaren een groot probleem’, vertelt Dirk Jan.
Binnen de pilot kijken de verschillende hulpverleners samen naar wat er nodig is. Hierdoor kunnen problemen tegelijkertijd worden aangepakt.
Eerst kijken naar het echte probleem
Dirk Jan geeft het voorbeeld van een meisje van ongeveer 15 of 16 jaar dat veel last had van buikpijn. ‘Er werd achterhaald waar deze buikpijn vandaan kwam. We kwamen er al snel achter dat er spanning thuis waren. De spanning werd veroorzaakt door het hebben van schulden. Door de vele verschillende betrokkenen, werd er ook verschillende hulpverlening geplaatst op de situatie. De schulden moesten worden opgelost, de spanning in de relatie van de ouders en individueel en het meisje.’
Volgens Dirk Jan was het belangrijk om eerst de schulden aan te pakken. ‘Bij de ouders was het eerst belangrijk om de geldzaken op te lossen, omdat het hoofd anders niet leeg genoeg was om andere hulp aan te nemen.’
Eerst de basis op orde
Ook Richard merkt dat het soms nodig is om eerst praktische problemen op te lossen voordat andere hulp kan werken. ‘De basis moet eerst goed zijn. Zo hebben we een moeder met drie kinderen, die allemaal naar verschillende scholen moesten, een bakfiets gegeven. Ze had er zelf geen geld voor, na de scheiding. Door deze hulp ontstaat er ruimte in het hoofd om geholpen te worden op andere gebieden.’
Een ander voorbeeld gaat over een gezin met honden. De honden deden hun behoeften in huis en dit werd niet opgeruimd. Ondertussen liep er een baby rond. ‘Deze situatie is natuurlijk niet veilig voor de baby. Wij hebben daarom voor de honden een nieuw baasje gezocht en een nieuwe vloer gekocht. De nette nieuwe vloer heeft de bewoner zelf gelegd en nu is het hygiënisch genoeg voor de baby.’
Tijd om vertrouwen op te bouwen
Niet iedereen heeft direct vertrouwen in hulpverleners. Sommige gezinnen hebben al veel verschillende hulpverleners gezien. ‘Gelukkig hebben we 2,5 jaar gekregen voor deze pilot. Die tijd is bij een aantal gezinnen echt nodig om het vertrouwen te winnen, omdat zij ‘’hulpverlenersmoe’’ zijn. Dit houdt in dat je geen vertrouwen meer hebt in hulpverleners. Omdat wij genoeg tijd hebben gekregen, kunnen we het vertrouwen van de mensen weer winnen. We hebben geduld voor ze en merken dat we ze uiteindelijk weer aan het praten krijgen.’
Samenwerken is niet altijd makkelijk
Het samenwerken met zoveel verschillende organisaties gaat niet altijd vanzelf. Er zijn verschillende regels, toestemmingsformulieren en financiële zaken waar rekening mee moet worden gehouden.
‘Het is veel gedoe om al die organisaties bij elkaar te krijgen. Dit heeft te maken met toestemmingsformulieren en regels. De vragen, ‘wie doet wat en wie bepaalt wat?’ spelen hier de kern. Daarnaast komen er ook nog allerlei financiële stromingen om de hoek kijken. Dit maakt samenwerken uitdagend’, vertelt Richard.
Ook is er een eengezinsdossier ontwikkeld. ‘Dit is een dossier waarin we rapporteren, alle doelen kunnen verwerken en waarin we allemaal in kunnen werken. Maar eigenlijk zou je voor de privacy ook wel willen dat ieder individu een eigen dossier heeft. Het blijkt heel lastig om dit vorm te geven, want wie mag allemaal inzage in het dossier hebben?’
Dirk Jan vertelt dat het twee jaar heeft geduurd om alle organisaties bij elkaar te krijgen. ‘Elke organisatie heeft eigen belangen, maar in een pilot is het juist belangrijk om alle organisaties met de neus dezelfde kant op te hebben staan en ze te laten beseffen dat we een gezamenlijk doel hebben. Dat is namelijk zorgen dat de volwassenen en de jeugdigen beter kunnen worden geholpen. En misschien dat de pilot op lange termijn ook financiële besparingen oplevert, maar daar hebben we op dit moment nog geen kijk op.’
Pilot moet naar heel Friesland
De pilot is in eerste instantie niet ontwikkeld om financieel te besparen. Het belangrijkste doel is om cliënten beter en sneller te helpen. Wel wordt gekeken wat de aanpak op de lange termijn oplevert. Om de samenwerking goed te laten verlopen, hebben de betrokken hulpverleners meerdere dagen per week overleg. ‘Zo kan er direct worden ingegrepen bij crisissituatie zonder dat er veel tijd overheen moet gaan. Verschillende hulpverleners zijn zo altijd op de hoogte van een situatie, zonder dat we iemand steeds los moeten gaan bijpraten’, vertelt Dirk Jan.’
Uiteindelijk moet de pilot worden uitgerold in heel Friesland. ‘9 van de 14 gemeentes zijn al op werkbezoek geweest en hebben informatie gekregen over de manier waarop wij hier werken. Daarnaast hebben we onze ervaringen verteld’, aldus Dirk Jan.










