FRIESLAND – Het aantal mensen met een WW-uitkering is in augustus in Heerenveen en Smallingerland flink gestegen. In Heerenveen waren eind augustus 637 inwoners afhankelijk van een WW-uitkering, tegen 627 een maand eerder. In Smallingerland steeg het aantal van 571 naar 610. Opsterland ziet juist een kleine daling: van 285 naar 283 WW-uitkeringen. Dat blijkt uit de Spanningsindicator van het UWV.

Ook in de rest van Friesland nam het aantal WW-uitkeringen toe. Eind augustus ontvingen 6.741 Friezen een WW-uitkering. Dat is 1,9 procent van de beroepsbevolking. Ten opzichte van juli kwamen er 178 uitkeringen bij. Dat is een stijging van 2,7 procent.

De stijging heeft vooral te maken met het onderwijs. Veel tijdelijke contracten lopen aan het einde van het schooljaar af. Daardoor komen in de zomer tijdelijk meer mensen uit het onderwijs in de WW terecht. Ook vanuit de industrie en de sector vervoer en logistiek kwamen er meer mensen in de WW. In de horeca, landbouw en schoonmaak daalde het aantal WW-uitkeringen juist.

Meer werk in het voorjaar

Tegelijkertijd werd de Friese arbeidsmarkt in het tweede kwartaal van dit jaar weer wat krapper. Vooral in de landbouw, bouw en horeca was meer werk. Daardoor hadden werkgevers meer moeite om personeel te vinden.

Het UWV ziet hierin vooral een seizoenseffect. In het voorjaar en de zomer neemt de vraag naar personeel traditioneel toe. Dat gebeurt vooral in sectoren die afhankelijk zijn van het weer en het seizoen.

Meer vraag naar bouwers en horecapersoneel

De grootste veranderingen zijn te zien bij beroepen die sterk met het seizoen te maken hebben. Zo is er meer vraag naar bouwarbeiders, timmerlui, keukenhulpen, horecamanagers en hoveniers.

Ook scholen zoeken in het voorjaar al personeel voor het nieuwe schooljaar. Daardoor neemt de vraag naar docenten in deze periode toe.

Ook buiten het seizoenswerk blijft de vraag naar personeel groot. Dat geldt bijvoorbeeld voor automonteurs, ingenieurs, transportplanners en logistiek medewerkers.

Krapte sinds 2022 steeds wat minder

De Friese arbeidsmarkt is sinds de piek in 2022 langzaam minder krap geworden. Ook in de laatste kwartalen van 2025 en het eerste kwartaal van 2026 nam de spanning af. Toch blijft de arbeidsmarkt krap. Vooral in Midden-Nederland, Zeeland en Zuidoost-Brabant is de spanning nog groter dan in Friesland.